ECLI:NL:RBDHA:2024:3077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stelling aanvraag machtiging voorlopig verblijf afgewezen
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid, welke door de staatssecretaris op 15 februari 2023 buiten behandeling werd gesteld wegens het ontbreken van essentiële documenten. Ondanks een herstelverzuimbrief en een verzoek tot termijnverlenging werden de gevraagde stukken niet tijdig aangeleverd. Tijdens bezwaar en beroep voerde eiseres aan dat de documenten vertraagd waren vanwege verblijf van de referent in Guinee en de complexiteit van het verkrijgen van legalisatie.
De staatssecretaris handhaafde het besluit tot buiten behandeling stelling en wees erop dat in bezwaar slechts werd getoetst of de buiten behandeling stelling terecht was, niet de inhoudelijke aanvraag. De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris conform artikel 4:5 Awb Pro bevoegd is een aanvraag buiten behandeling te stellen indien essentiële stukken ontbreken en de aanvrager niet binnen de gestelde termijn het verzuim herstelt.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet binnen de hersteltermijn de gevraagde documenten had ingediend en dat de staatssecretaris niet verplicht was het bezwaar inhoudelijk te behandelen. De gevolgen van het niet tijdig aanleveren van stukken zijn voor rekening van eiseres. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het griffierecht niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de aanvraag is ongegrond verklaard.