Uitspraak
200505829/1, kan in een geval waarin aan de totstandkoming van een bouwwerk - bezien vanuit een oogpunt van hinder van omwonenden - zwaarwegende bezwaren zijn verbonden, een (bouw)verbod dat een dergelijk nadeel wegneemt noodzakelijk worden geacht ter bescherming van de rechten van anderen, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het EVRM.
200502261/1(BR 2006, p. 354) overwogen dat de betrokken transformatorhuisjes er als drager van reclameframes een functie bij krijgen die wezenlijk verschilt van de functie die ze daarvoor al hadden. Er vindt, anders dan Bizon Mediagroep B.V. aanvoert, wijziging plaats in het bestaande niet-wederrechtelijke gebruik van de transformatorhuisjes, zodat niet wordt voldaan aan het vereiste van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, sub 3 van het Bblb. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen.
200503639/1overwogen dat geen onderscheid moet worden gemaakt tussen de frames en de posters nu de frames ruimte bieden voor de posters, zodat de invulling van de frames mede in aanmerking moet worden genomen bij de beschouwing van de uitstraling ervan bezien vanuit het oogpunt van welstand. Dientengevolge heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de frames en posters onder de Woningwet vallen en niet onder de Algemene Plaatselijke Verordening Deventer 1994.