ECLI:NL:RVS:2008:BC8503
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- W. van den Brink
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot onderzoek rijgeschiktheid na weigering medewerking alcoholtest
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om hem te verplichten mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Dit besluit volgde op een schriftelijke mededeling van de politie Rotterdam-Rijnmond dat appellant op 25 april 2006 onder invloed van alcohol een motorrijtuig bestuurde en weigerde mee te werken aan een ademtest.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet 1994 verplicht was het onderzoek op te leggen, mede omdat appellant de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Appellant voerde onder meer aan dat het CBR niet bevoegd was een verplichting op te leggen, dat het besluit buiten de termijn was genomen, en dat de vrijspraak in de strafrechtelijke procedure gevolgen moest hebben voor het bestuursrechtelijke besluit.
De Raad van State verwierp deze bezwaren. Het CBR had de bevoegdheid het onderzoek op te leggen en het besluit moest worden gelezen als een verplichting tot medewerking. Overschrijding van de beslistermijn maakt het besluit niet nietig. De bestuursrechtelijke maatregel staat los van de strafrechtelijke procedure, en een proces-verbaal op ambtseed vormt voldoende grondslag voor het vermoeden van ontoereikende rijgeschiktheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot onderzoek rijgeschiktheid wordt bevestigd.