Uitspraak
200602308/1, AB 2007, 95).
Raad van State
Verweerder verleende op 19 september 2006 een revisievergunning aan vergunninghouder voor een kippenhouderij met co-vergistingsinstallatie. Appellanten maakten bezwaar tegen het besluit en stelden onder meer dat de vergunning onterecht was verleend en dat de geluidsbeoordeling onvoldoende was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunning niet vervallen was wegens niet-tijdige voltooiing van voorzieningen, maar constateerde dat de geluidsbeoordeling niet zorgvuldig was voorbereid. Diverse relevante geluidbronnen waren niet meegenomen en het effect van nachtelijke vrachtwagenbewegingen was onvoldoende beoordeeld.
Gelet op het belang van het geluidaspect voor de vergunningverlening werd het besluit vernietigd. Het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellanten.
De overige beroepsgronden werden niet behandeld omdat het geluidsaspect doorslaggevend was voor de uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldige geluidsbeoordeling.