Uitspraak
200503449/1, de door de rechtbank uitgesproken vernietiging van dit besluit van 1 april 2003 bevestigd. Zij heeft in die uitspraak onder meer overwogen dat het rapen van kievitseieren als een vorm van verstandig gebruik in de zin van artikel 9, eerste lid, sub c van de Vogelrichtlijn kan worden beschouwd en dat, nu de verantwoordelijkheid voor prudent zoeken en rapen ligt bij erkende samenwerkingsverbanden, recht wordt gedaan aan de in die bepaling genoemde criteria "selectief" en "onder strikt gecontroleerde omstandigheden". Zij heeft voorts overwogen dat de Ffw en de Regeling, die niet voorzien in enige beperking van het aantal in de periode van 1 maart tot en met 8 april te rapen eieren, terwijl niet vaststaat dat het rapen van eieren geen afbreuk doet aan de Friese kievitenpopulatie, echter onvoldoende waarborgen dat het aantal geraapte kievitseieren beperkt blijft tot "kleine hoeveelheden" en derhalve geen correcte implementatie vormen van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vogelrichtlijn. De Afdeling is van oordeel dat aan deze bepaling van de Vogelrichtlijn rechtstreekse werking toekomt. Vervolgens heeft de Afdeling het criterium "kleine hoeveelheden"uitgelegd. Zij heeft zich hierbij gebaseerd op enkele overwegingen van het Hof van Justitie in zijn arrest van 9 december 2004 in zaak C-79/03 (Commissie/Spanje). In dit arrest gebruikt het Hof van Justitie de maatstaf van het ORNIS-comité - het 1% criterium - om te beoordelen of de afwijking van het algemene verbod van artikel 5 van Pro de Vogelrichtlijn voldoet aan de voorwaarde dat het om kleine hoeveelheden gaat. Volgens dit criterium is iedere tol van minder dan 1% van de totale jaarlijkse sterfte van de betrokken populatie (gemiddelde waarde) een kleine hoeveelheid. Indien het college van dit, voor het onderhavige geval wellicht minder geschikte criterium, geen gebruik wenst te maken, is het, aldus de Afdeling in de uitspraak van 7 december 2005, gehouden zelf een duidelijke en in de praktijk hanteerbare grens te bepalen voor het aantal te rapen eieren dat voldoet aan het criterium "kleine hoeveelheden", waarbij dat aantal zal moeten worden gerelateerd aan de Friese kievitenpopulatie, omdat die broedpopulatie door het gebruik van de ontheffing direct wordt beïnvloed.