Uitspraak
200202883/1en 6 mei 2004 in zaak nummer
200306050/1) zijn de bouwplannen in strijd met de ingevolge het bestemmingsplan "Buitengebied, eerste herziening" op het perceel rustende bestemming "Agrarisch gebied". Medewerking aan de bouwplannen is slechts mogelijk met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO). De gemeenteraad heeft geweigerd vrijstelling te verlenen aan de bouwplannen.
200502427/1, inzake deze goedkeuring, waaruit volgens [appellanten] volgt dat op het perceel een mogelijkheid bestaat voor de vestiging en ontwikkeling van een glastuinbouwbedrijf. [appellanten] stelt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat het toetsingskader het streekplan is op basis waarvan ter plaatse van het perceel de bestemming "vestigingsgebied glastuinbouw" geldt. In de loop van de procedures inzake de bouwplannen opgekomen plannen en nota's die van het streekplan afwijken, kunnen volgens [appellanten] niet aan hen worden tegengeworpen. Bovendien kende het perceel in het thans geldende bestemmingsplan al een mogelijkheid voor glastuinbouw, aldus [appellanten]. [appellanten] voeren verder aan dat de aan de rechtbank gerichte brief van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 22 juli 2007, waarbij de door de rechtbank schriftelijk gestelde vragen zijn beantwoord, niet als grondslag kan dienen voor finale geschilbeslechting. Uit deze brief kan volgens [appellanten] niet worden afgeleid dat de provincie zich verzet tegen glastuinbouw ter plaatse.
200510412/1) is het niet in strijd met de WRO om van de vrijstellingsbevoegdheid geen gebruik te maken met verwijzing naar gewijzigd beleid. De gemeenteraad heeft onder meer gewezen op het door provinciale staten van Noord-Brabant op 22 april 2005 vastgestelde gebiedsplan "Wijde Biesbosch" alsmede zijn structuurplan "Oosterhout-Oost", waarin - kort weergegeven - is bepaald dat nieuwvestiging van glastuinbouw ten zuiden van de Provincialeweg in Oosteind, waar ook het perceel is gelegen, dient te worden beperkt. Dat geruime tijd concrete bouwplannen voor het perceel bij het college dan wel de gemeenteraad bekend zijn, het bestemmingsplan mogelijkheden biedt voor vestiging van glastuinbouw en het streekplan Noord-Brabant 2002, "Brabant in Balans", ter plaatse de bestemming "vestigingsgebied glastuinbouw" kent, betekent, mede gezien eerder genoemd beleid inzake glastuinbouw, niet dat de gemeenteraad gehouden is op de door [appellanten] gewenste locatie glastuinbouw toe te staan. De onthouding van goedkeuring aan de in het op 14 juli 2004 vastgestelde bestemmingsplan opgenomen bestemming "Agrarisch gebied met landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden", welke bestemming onder meer was toegekend aan het perceel, leidt niet tot een ander oordeel. Goedkeuring is weliswaar onthouden, maar het door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant geconstateerde gebrek sluit een bestemming op de door de gemeenteraad voorgestane wijze op het perceel op zichzelf niet uit. Bovendien is uit de stukken gebleken dat inmiddels het ontwerpbestemmingsplan "Reparatieherziening bestemmingsplan Buitengebied" ter inzage heeft gelegen, waarin voor het perceel geen mogelijkheden zijn opgenomen voor het vestigen van een glastuinbouwbedrijf. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de gemeenteraad in redelijkheid heeft kunnen vasthouden aan de beleidsmatige keuze glastuinbouw zoveel mogelijk te weren uit Oosteind en omgeving.