Uitspraak
200300168/1(AB 2003, 388), de concrete voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de voor die inrichting verleende milieuvergunning, bepalend zijn voor de reikwijdte van de zorgplicht die een drijver bij de exploitatie van een inrichting in acht heeft te nemen. De omstandigheid dat deze voorschriften naar het oordeel van het bevoegd gezag niet een toereikende bescherming van het milieu bieden, betekent niet dat de drijver van de inrichting in strijd met de zorgplicht handelt. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 31 augustus 2005, in zaak nr.
200500849/1dient het bevoegd gezag in een dergelijk geval na te gaan of de vergunning met toepassing van artikel 8.22, 8.23 of 8.25 van de Wet milieubeheer voor wijziging dan wel intrekking in aanmerking komt. Daarnaast kan, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 8 december 2004 in zaak nr.
200401808/1;, een overtreding van de zorgplicht zich slechts voordoen in een geval waarin ernstige nadelige gevolgen voor het milieu optreden of acuut dreigen op te treden, terwijl de Wet milieubeheer er niet op andere wijze in voorziet om die gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken.