ECLI:NL:RVS:2008:BD7524
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling niet onder subsidiaire bescherming wegens ontbreken binnenlands gewapend conflict in provincie Bandundu
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG van toepassing was vanwege het binnenlands gewapend conflict in de Democratische Republiek Congo (DRC) en het gebruik van verkrachting als wapen.
De Raad van State overweegt dat de vreemdeling niet heeft aangetoond dat er ten tijde van het besluit van 3 maart 2008 sprake was van een binnenlands gewapend conflict in de provincie Bandundu, noch dat de gevolgen van een elders bestaand conflict haar daar troffen. Het ambtsbericht van 12 december 2007 vermeldt wel verkrachting als wapen in conflicten, maar dit betreft gebieden waar daadwerkelijk een conflict bestaat, wat in Bandundu niet is vastgesteld.
De Raad stelt vast dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft aangenomen dat artikel 15c van de richtlijn van toepassing was en dat onvoldoende is beoordeeld of andere aangevoerde feiten of omstandigheden een relevante wijziging van het recht vormen. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling en beslissing.
De proceskosten van het hoger beroep worden vastgesteld op €322,00, waarvan de vergoeding aan de rechtbank wordt overgelaten.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak voorzieningenrechter vernietigd en zaak terugverwezen naar rechtbank.