ECLI:NL:RVS:2008:BD7844
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terughoudende toetsing geloofwaardigheid asielrelaas in vreemdelingenrecht
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het asielverzoek van twee vreemdelingen gegrond verklaarde. De vreemdelingen hadden een verblijfsvergunning asiel aangevraagd op basis van hun beweringen over vervolging in Kirgizië vanwege werkzaamheden voor een veiligheidsdienst en het doorspelen van geheime informatie aan een Nederlandse organisatie.
De rechtbank had het oordeel van de minister over de geloofwaardigheid van het asielrelaas onvoldoende terughoudend getoetst en haar eigen oordeel laten prevaleren, wat volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onjuist is. De minister had terecht geoordeeld dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht had vanwege tegenstrijdigheden, vaagheden en onvoldoende onderbouwing.
De Afdeling bevestigt dat de beoordeling van geloofwaardigheid primair aan de minister toekomt en dat de rechter slechts marginaal toetsend mag zijn, zonder het eigen oordeel te laten prevaleren. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard. De gevraagde verblijfsvergunningen worden geweigerd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van terughoudendheid bij de rechterlijke toetsing van geloofwaardigheid in vreemdelingenzaken en bevestigt de beoordelingsvrijheid van de minister.
Uitkomst: De verblijfsvergunningen asiel worden geweigerd en het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard.