ECLI:NL:RVS:2008:BE0878
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting bij nieuwe maatregel
De vreemdeling verbleef eerder in vreemdelingenbewaring, welke werd opgeheven omdat toen geen concreet zicht op uitzetting bestond. Op 15 april 2008 werd een nieuwe maatregel van bewaring opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hief de bewaring op.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat sindsdien concrete aanknopingspunten zijn ontstaan die wijzen op spoedige uitzetting, mede door intensivering van de samenwerking met Chinese autoriteiten. De Raad van State oordeelde dat de belangenafweging bij het opleggen van de nieuwe maatregel wel gerechtvaardigd was.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De staatssecretaris had gehandeld binnen de wettelijke mogelijkheden en de motie van de Tweede Kamer ter bevordering van terugkeer van Chinese vreemdelingen uitgevoerd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 augustus 2008.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt bevestigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.