ECLI:NL:RVS:2008:BF0627
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken binnenlands gewapend conflict
De vreemdeling, afkomstig uit Burundi, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie op 13 september 2007 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 20 mei 2008. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat er sprake was van een binnenlands gewapend conflict in Burundi, zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG, en dat hij daardoor aanspraak kon maken op bescherming.
De Raad van State overwoog dat het Hof van Justitie nog geen prejudiciële uitspraak had gedaan over de uitleg van het begrip "individuele bedreiging" in artikel 15 van Pro de richtlijn. Desondanks oordeelde de Raad dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het binnenlands gewapend conflict zich ten tijde van het besluit van 13 september 2007 nog voordeed. Dit ondanks verwijzingen naar rapporten van de Verenigde Naties en Amnesty International die weliswaar melding maakten van conflicten en geweld, maar ook van een staakt-het-vuren overeenkomst van september 2006.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De vreemdeling kon op grond van de richtlijn geen aanspraak maken op bescherming wegens het ontbreken van een actuele situatie van binnenlands gewapend conflict.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.