Uitspraak
200707909/1,
200707911/1en
200707955/1, ter zitting behandeld op 30 juli 2008, waar, voor zover thans van belang, [appellant] vertegenwoordigd door mr. C. Lubben, medewerker van de Stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering en het college, vertegenwoordigd door J.J.G. Hopman en Th. van Urk, beiden werkzaam bij het hoogheemraadschap van Rijnland, zijn verschenen.
200603029/1) heeft het niet bekend maken van een beleidsregel niet tot gevolg dat de inhoud van het daarin neergelegde beleid zonder betekenis is, doch slechts dat de aanvaardbaarheid van dat beleid in elk afzonderlijk geval dient te worden aangetoond. Het college heeft in het besluit op bezwaar vermeld wat de inhoud van het beleid is en hoe het verzoek van [appellant] daaraan getoetst is. Volgens het in de nota versie 5.0 neergelegde beleid wordt ten behoeve van de waterkwaliteit en de ecologie ter plaatse van belang geacht dat in een watergang zo min mogelijk overkluizingen aanwezig zijn. Door het maken van steigers boven oppervlaktewater neemt immers de toetreding van licht en lucht in dat water af en daarmee de waterkwaliteit. Een goede waterkwaliteit is eveneens een doel van het Waterbeheersplan 2000. Daarom is met betrekking tot de breedte van de steigers bepaald dat deze ten hoogste 1 meter mag bedragen. Dit beleid is in zoverre niet onredelijk te achten. Naar het college heeft gesteld, wordt het boezemwater door de door [appellant] geplaatste steiger, ondanks dat er tussen de planken ruimte bestaat, voor een groot deel afgedekt. Dat de ruimte tussen de planken niet nadelig is voor de ecologische waterkwaliteit is door [appellant] wel gesteld, maar niet aangetoond. Derhalve heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de steiger in overeenstemming is met het doel van het in de nota neergelegde beleid. De rechtbank heeft reeds hierom terecht geoordeeld dat het college de steiger in strijd met het beleid heeft kunnen achten. [appellant] heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere - bij het opstellen van de nota niet verdisconteerde - omstandigheden die noopten tot afwijking van het beleid. Het besluit tot afwijzing van de gevraagde ontheffing is derhalve niet in strijd met de artikelen 3:4, tweede lid, en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht genomen. Of de overige afmetingen van de steiger in overeenstemming zijn met het in dit geval relevant te achten beleid is thans niet in geschil.