Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, commissie
Inleiding
€ 5.731,00 gebleven.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres, slachtoffer van seksueel misbruik met ernstig geestelijk letsel, ontving in 2007 een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. In 2021 vroeg zij een aanvullende uitkering aan wegens verergerd letsel en arbeidsongeschiktheid. De commissie kende een aanvullende uitkering toe op basis van het beleid van na 15 oktober 2014, waarbij materiële schade niet meer per schadepost wordt vergoed.
Eiseres stelde dat zij niet bekend was met deze beleidswijziging en dat haar aanvraag als reguliere eerste aanvraag moest worden behandeld. Tevens voerde zij aan dat de commissie onvoldoende rekening hield met haar inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat de beleidswijziging niet conform artikel 3:42 Awb Pro bekend was gemaakt en dat de commissie ten onrechte niet had beoordeeld of het beleid onevenredige gevolgen had voor eiseres.
De rechtbank stelde vast dat de commissie de afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb Pro niet correct had toegepast, omdat eiseres door het geweldsmisdrijf materiële schade in de vorm van arbeidsongeschiktheid heeft geleden die niet werd gecompenseerd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de commissie een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank wees het griffierecht toe aan eiseres en benadrukte dat het Schadefonds bedoeld is voor gevallen als die van eiseres, waarbij schade niet anders kan worden vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter L. Mulder op 1 september 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de aanvullende uitkering wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beoordeling.