ECLI:NL:RVS:2008:BF3060
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatig verblijf en inbewaringstelling van derdelander zonder geregistreerd partnerschap
De zaak betreft het hoger beroep van een derdelander die een relatie heeft met een EU-onderdaan, maar geen geregistreerd partnerschap heeft. De vreemdeling stelde dat hij op grond van de aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan moest worden aangemerkt en rechtmatig verblijf kon ontlenen aan Richtlijn 2004/38/EG.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling geen familielid is in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Richtlijn omdat er geen geregistreerd partnerschap is. De Richtlijn verplicht lidstaten slechts om binnenkomst en verblijf van partners met een duurzaam bewezen relatie te vergemakkelijken volgens nationaal recht, maar geeft geen rechtstreeks recht op verblijf. De vreemdeling kon daarom niet rechtstreeks rechtmatig verblijf ontlenen aan de Richtlijn.
Hoewel de vreemdeling een door beide partners ondertekende relatieverklaring overlegde, volstond dit niet als onweerlegbaar bewijs van een duurzame relatie. Bovendien voldeed de vreemdeling niet aan het vereiste van een geldig paspoort omdat zijn paspoort een valse verlenging bevatte. De inbewaringstelling op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 was daarom terecht, ook al moest de vreemdeling de mogelijkheid krijgen binnen een redelijke termijn alsnog een geldig document te overleggen.
Het hoger beroep van de vreemdeling en zijn partner werd niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling en zijn partner wordt niet-ontvankelijk verklaard en de inbewaringstelling bevestigd.