Uitspraak
200206765/1; uitspraak van 19 maart 2003 in zaak nr.
200201933/1). Er bestaat geen aanleiding thans anders te oordelen over die begrenzingencriteria.
Raad van State
Bij besluit van 19 februari 2008 wees de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het gebied Voordelta aan als speciale beschermingszone op grond van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Diverse partijen, waaronder Stichting De Faunabescherming, gemeenten en belangenverenigingen, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep van Vereniging Strandpaviljoens Schouwse Kust niet-ontvankelijk was wegens het niet indienen van zienswijzen. De overige beroepen werden inhoudelijk behandeld. De Afdeling stelde vast dat het besluit op onderdelen niet zorgvuldig was voorbereid, met name vanwege een foutieve aanduiding op kaart 14 en een onvoldoende gemotiveerde verwijdering van de kleine mantelmeeuw als relevante soort.
Verder werden bezwaren over de begrenzing, de systematiek van selectie van soorten en gebieden, en de verhouding tussen aanwijzingsbesluit en beheersplannen besproken. De Afdeling verwierp de meeste bezwaren, onder verwijzing naar de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn en de redelijkheid van de ministeriële keuzes. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Stichting De Faunabescherming. Het besluit werd gedeeltelijk vernietigd en de beroepen van enkele appellanten werden gegrond verklaard.
Uitkomst: Het aanwijzingsbesluit Voordelta wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onzorgvuldigheid en onvoldoende motivering, met proceskostenvergoeding aan Stichting De Faunabescherming.