ECLI:NL:RVS:2008:BG4744
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning horeca wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Rotterdam trok op 26 januari 2007 de exploitatievergunning van een horeca-inrichting voor zes maanden in vanwege de aanwezigheid van een vuurwapen in de keuken. De exploitant, tevens appellant, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de burgemeester een eigen beoordelingskader hanteert bij het intrekken van een vergunning op grond van slecht levensgedrag, waarbij geen onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling vereist is. Uit een politierapportage bleek dat op 13 november 2006 een gasrevolver met patronen in de keuken was aangetroffen. De dochter van appellant, tevens beheerder, verklaarde dat het wapen al twee tot drie maanden in een kastje lag dat regelmatig werd gebruikt.
Appellant voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van het vuurwapen en dat de rechtbank het oordeel van de strafrechter had moeten afwachten, aangezien hij later werd vrijgesproken. De Raad van State oordeelde dat het niet aannemelijk was dat appellant niet op de hoogte was van het wapen en dat de burgemeester in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat appellant niet voldeed aan de eis van goed levensgedrag.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de exploitatievergunning wegens slecht levensgedrag.