ECLI:NL:RVS:2008:BG5101
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvolledigheid aanvraag verblijfsvergunning regulier zonder persoonlijk verschijnen
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de staatssecretaris om een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd buiten behandeling te stellen wegens onvolledigheid. De vreemdeling had de aanvraag ingediend zonder persoonlijk te verschijnen en zonder een geldig document voor grensoverschrijding of daaraan gelijkgestelde gegevens te overleggen.
De rechtbank had geoordeeld dat de aanvraag niet onvolledig was omdat persoonlijk verschijnen niet noodzakelijk was. De staatssecretaris stelde echter dat het ontbreken van het persoonlijk overleggen van documenten de aanvraag onvolledig maakte. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat artikel 3.102 van het Vreemdelingenbesluit 2000 inderdaad toestaat dat een aanvraag zowel in persoon als niet in persoon kan worden ingediend, maar dat het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding of de daaraan gelijkgestelde gegevens wel tot onvolledigheid leidt.
Omdat de vreemdeling niet had voldaan aan de verplichting om deze documenten te overleggen, ook niet na een verzoek daartoe, mocht de staatssecretaris de aanvraag buiten behandeling stellen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag verblijfsvergunning werd buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldig grensoverschrijdingsdocument, ondanks het niet verplicht zijn van persoonlijk verschijnen.