ECLI:NL:RVS:2008:BG5703
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische reisgeschiktheid bij aanvraag verblijfsvergunning en mvv-vrijstelling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die een aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd had toegewezen. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), maar de rechtbank oordeelde dat op grond van medische adviezen de vreemdeling niet in staat was te reizen en daarom recht had op vrijstelling van het mvv-vereiste.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) had geadviseerd dat de vreemdeling, die een ernstige nierfunctiestoornis heeft en afhankelijk is van hemodialyse, niet kon reizen tenzij vooraf een directe fysieke overdracht aan een arts op het vliegveld en continuering van de medische behandeling gegarandeerd was. De staatssecretaris stelde dat deze voorwaarden vervulbaar waren en dat de vreemdeling daarom wel kon reizen, maar de rechtbank vond dat dit onvoldoende was bewezen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris zich niet op het BMA-advies kon baseren om de aanvraag af te wijzen, omdat niet was gegarandeerd dat de noodzakelijke medische zorg tijdens en na de reis gewaarborgd zou zijn. De toezegging dat de vreemdeling niet zou worden uitgezet indien de voorwaarden niet konden worden vervuld, volstond niet. Hierdoor kon de aanvraag niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een mvv.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.