Uitspraak
200606675/1), bestaat in een geval waarin de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin is gesteld, slechts aanleiding om de ongeldigverklaring van het rijbewijs niet in stand te laten indien de psychiatrische rapportage naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet concludent is, zodanig dat het CBR zich daarop niet heeft mogen baseren. Niet gebleken is dat dat het geval is. Het was aan [appellant] om aan te tonen dat de geconstateerde verhoogde gamma-GT-waarde in het eerste onderzoek werd veroorzaakt door andere klinische oorzaken dan alcoholgebruik. Dit heeft hij niet gedaan. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de door [appellant] in het geding gebrachte informatie zo algemeen is gesteld dat deze, zonder een op specifiek onderzoek van [appellant] gebaseerde diagnose, geen afbreuk kan doen aan de conclusies van het onderzoek. Dit geldt evenzeer voor de door [appellant] overgelegde brief van zijn huisarts van 24 oktober 2007, waarin deze meedeelt geen kennis te hebben van eventueel drankmisbruik van [appellant] en het door [appellant] overgelegde artikel uit het NRC Handelsblad van 22 maart 2008, nog daargelaten dat dit artikel betrekking heeft op de bloedwaarde carbohydraat-deficiënt transferrine, die bij [appellant], anders dan de gamma-GT-waarde, niet in geding is. De rechtbank heeft derhalve terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het CBR het resultaat van het onderzoek niet ten grondslag heeft mogen leggen aan het besluit om het rijbewijs van [appellant] voor alle categorieën ongeldig te verklaren.