ECLI:NL:RVS:2008:BG7953
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op artikel 15c richtlijn 2004/83/EG bij verslechterde situatie Noord-Irak
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Hij voerde onder meer aan dat de verslechterde situatie in Noord-Irak, met name in de provincie Duhok, hem aanspraak gaf op bescherming op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG.
De rechtbank had dit beroep op artikel 15c buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde, omdat het pas ter zitting was ingeroepen. De Raad van State oordeelde dat dit onterecht was en dat de rechtbank ambtshalve de rechtsgronden had moeten aanvullen conform artikel 8:69, tweede lid, Awb.
Echter, inhoudelijk kon de vreemdeling niet aannemelijk maken dat er ten tijde van het besluit sprake was van een binnenlands gewapend conflict in Duhok of dat de gevolgen van een elders in Irak bestaand conflict zich daar deden gelden. Hierdoor viel hij niet onder de reikwijdte van artikel 15c en kon hij geen aanspraak op bescherming ontlenen.
De overige grieven konden niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd wegens het ontbreken van een binnenlands gewapend conflict in de provincie Duhok.