ECLI:NL:RVS:2008:BG9492
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling identiteit en afbakening asiel en vreemdelingenbewaring bij Somalië afkomst
De vreemdeling werd in vreemdelingenbewaring gesteld op 17 augustus 2008. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de vreemdeling afkomstig is uit het zuiden van Somalië, zonder dat de vreemdeling zijn afkomst met documenten had onderbouwd. De rechtbank baseerde zich op een verklaring van de zittingstolk en een taalanalyse, maar had moeten beoordelen of het reisverhaal en de afkomst geloofwaardig zijn in het kader van een asielaanvraag.
De Raad stelt dat indien de vreemdeling zijn identiteit en afkomst had aangetoond en vaststond dat uitzetting binnen redelijke termijn niet mogelijk was, bewaring niet gerechtvaardigd zou zijn. Dit was hier niet het geval. Omdat uitzetting naar Somalië of een ander land niet is uitgesloten, is er geen grond voor het oordeel dat uitzetting binnen redelijke termijn niet mogelijk is.
De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.