ECLI:NL:RVS:2008:BG9597
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring na categoriewijziging
De zaak betreft een hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring niet-ontvankelijk verklaarde. De vreemdeling betoogde dat het beroep als eerste beroep moest worden aangemerkt omdat het gericht was tegen een categoriewijziging van de maatregel van bewaring.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een categoriewijziging van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 naar onderdeel b geen nieuwe maatregel tot bewaring oplegt, maar het voortduren van een reeds opgelegde bewaring betreft. Het beroep van 27 oktober 2008 moest daarom worden opgevat als gericht tegen het voortduren van de bewaring in de zin van artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.
De Afdeling stelde dat op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000 geen hoger beroep openstaat tegen uitspraken van de rechtbank als bedoeld in artikel 96 van Pro die wet. Alleen bij ernstige schending van eisen van goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen kan daarvan worden afgeweken, maar die omstandigheden waren niet aanwezig.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 december 2008.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring na categoriewijziging.