ECLI:NL:RVS:2011:BQ3232
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring na wijziging grondslag in het kader van de Terugkeerrichtlijn
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die de inbewaringstelling op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 onrechtmatig achtte vanwege het ontbreken van een terugkeerbesluit zoals vereist door de Terugkeerrichtlijn. Na indiening van een asielaanvraag werd de grondslag van de bewaring gewijzigd naar artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.
De Raad van State overweegt dat deze wijziging geen nieuwe maatregel betreft, maar een voortzetting van de reeds opgelegde bewaring. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de bewaring op de b-grond rechtmatig is, ondanks de eerdere onrechtmatigheid op de a-grond. De vreemdeling viel na zijn asielaanvraag niet langer onder de werkingssfeer van de Terugkeerrichtlijn, waardoor de noodzaak van een terugkeerbesluit verviel.
Het beroep van de vreemdeling op onmiddellijke vrijlating op grond van artikel 15, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn faalt eveneens. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de voortzetting van de vreemdelingenbewaring op gewijzigde grondslag en wijst het verzoek om schadevergoeding af.