ECLI:NL:RVS:2008:BH0206
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken relevante wijziging van recht
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister op 26 augustus 2006 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG, dat ernstige en individuele bedreiging als gevolg van een binnenlands gewapend conflict betreft. De vreemdeling voerde aan dat dit artikel een relevante wijziging van het recht vormde, maar kon niet aannemelijk maken dat hij afkomstig was uit een deel van Irak waar op het moment van het besluit sprake was van een dergelijk conflict.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht de verklaring van de vreemdeling over langdurig verblijf buiten Irak ongeloofwaardig achtte en dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die een andere beoordeling rechtvaardigen. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat artikel 15 van Pro de richtlijn geen relevante wijziging van het recht voor de vreemdeling was. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.