ECLI:NL:RBDHA:2016:8880
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van uitstel van vertrek en betalingsonmacht griffierecht bij medische verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie met betrekking tot uitstel van vertrek op medische gronden en de weigering van vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht.
De rechtbank behandelt twee procedures: één over het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en één over de aanvraag van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'medische behandeling'. Eerder is in hoger beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de zaak terugverwezen naar de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen belang heeft bij een eerdere ingangsdatum van het uitstel van vertrek en dat hij niet heeft aangetoond niet te kunnen betalen, waardoor het beroep tegen het besluit over het griffierecht niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het beroep tegen het uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard. Tevens veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van €980,- die in hoger beroep zijn gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen het griffierecht wordt niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het uitstel van vertrek ongegrond, en de staatssecretaris wordt veroordeeld in proceskosten.