ECLI:NL:RVS:2009:BH4191
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan nieuwe feiten en relevante wetswijziging
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 6 januari 2009 door de staatssecretaris werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde dit besluit op 27 januari 2009 gegrond en beval een nieuw besluit binnen zes weken. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat hernieuwde toetsing van een besluit alleen mogelijk is indien sprake is van nieuw gebleken feiten, veranderde omstandigheden of een relevante wijziging van het recht sinds het eerdere besluit. In deze zaak was de eerdere aanvraag van de vreemdeling op 9 maart 2005 afgewezen en onherroepelijk geworden. Het wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2008/2, waarop de voorzieningenrechter zich had beroepen, bevatte geen relevante wetswijziging maar bevestigde bestaand recht.
De vreemdeling had geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die niet bij de eerdere aanvraag konden worden ingebracht. Haar vrees voor herbesnijdenis en mogelijke uitgehuwelijking of prostitutie was niet tijdig naar voren gebracht en onvoldoende onderbouwd. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.