Uitspraak
200602308/1, AB 2007, 95.)
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 22 januari 2008 een revisievergunning aan een vergunninghoudster voor activiteiten zoals opslag en compostering van afvalstoffen. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde diverse beroepsgronden, waaronder de tenaamstelling van de vergunning, milieu-effectrapportage, geluidhinder, geurhinder, luchtkwaliteit, natuurwaarden, en planologische aspecten. Het college had de vergunning verleend met inachtneming van een akoestisch rapport en de Nederlandse emissierichtlijn, en stelde dat de luchtkwaliteitsnormen werden gehaald.
De Afdeling oordeelde dat het beroep gegrond is vanwege strijd met titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen), omdat het besluit nog het Besluit luchtkwaliteit 2005 als toetsingskader hanteerde. De Afdeling vond onvoldoende inzichtelijk dat aan de grenswaarden voor zwevende deeltjes en stikstofdioxide werd voldaan. Andere bezwaren faalden, waaronder geluid- en geurhinder, natuurwaarden en planologische bezwaren.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit in zijn geheel en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning wordt vernietigd wegens strijd met de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen.