Uitspraak
200602131/1goedkeuring onthouden aan de wijzigingsbevoegdheid, maar dit laat onverlet dat deze ten tijde van belang nog in het bestemmingsplan was opgenomen.
200203398/1), brengt de systematiek van de Wvg mee dat op het moment waarop het voorkeursrecht kan worden aangewend, meestal onzeker zal zijn of de geplande ontwikkeling feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd. Gelet op het doel van de wet, het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van grond benodigd voor het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen, staat deze onzekerheid niet in de weg aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat niet kan worden gezegd dat sprake is van een spookbestemming. Evenmin bestaat aanleiding voor het oordeel dat de raad zijn bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. Dat de stichting het niet eens is met de bestemming "recreatieve doeleinden" en dat in het vooroverleg is besproken dat de bestemming "woningbouw" zou worden, is in dit verband niet relevant, nu deze bestemming na de onder 2.4.1. vermelde uitspraak van de Afdeling van 11 juli 2007 onherroepelijk is geworden. Bezwaren tegen de bestemming "recreatieve doeleinden" had de stichting in de bestemmingsplanprocedure dienen aan te voeren, hetgeen niet is gebeurd.
200102420/1), is bij het vestigen van een voorkeursrecht weliswaar sprake is van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht, doch vindt deze inbreuk plaats in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de Wvg, terwijl niet kan worden gezegd dat daarbij niet een redelijk evenwicht is bereikt tussen het door die wet nagestreefde algemene belang en de fundamentele rechten van de eigenaar. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het wettelijke voorkeursrechts slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht maakt. Niet kan worden gezegd dat in de Wvg niet een redelijk evenwicht is bereikt tussen het door de wet nagestreefde algemene belang en de rechten van de eigenaar. De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat de stichting als eigenares van het perceel niet langer de haar toekomende eigendomsrechten zou kunnen uitoefenen, doch uitsluitend dat zij - indien zij tot vervreemding zou willen overgaan - eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de gronden te kopen. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de inbreuk op het eigendomsrecht van de stichting geen strijd met het evenredigheidsbeginsel oplevert.
200802629/1) is in zaken zoals deze, die uit een bezwaarschriftprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, in beginsel een totale lengte van de procedure van ten hoogste vijf jaar redelijk. Daarbij mag, zoals de Afdeling voorts in die uitspraak heeft overwogen, de behandeling van het bezwaar ten hoogste één jaar, de behandeling van het beroep ten hoogste twee jaar en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar duren, waarbij de in 2.7.1. vermelde criteria onder omstandigheden aanleiding kunnen geven overschrijding van deze behandelingsduren gerechtvaardigd te achten.