ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid vestiging voorkeursrecht op bedrijventerrein Binckhorst
De zaak betreft beroepen tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Den Haag tot vestiging van voorkeursrecht op meerdere percelen in het bedrijventerrein Binckhorst. Het voorkeursrecht was aanvankelijk gevestigd in 2006 en verlengd in 2007. Het college stelde voorlopige aanwijzingen vast in 2009, die later door de raad werden bekrachtigd.
Eisers betwistten de rechtmatigheid van deze besluiten en voerden diverse beroepsgronden aan, waaronder schending van hoorplicht, strijd met de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), en belangenafweging. De rechtbank oordeelt dat de besluiten van het college van 7 en 11 januari 2010 vernietigd moeten worden omdat het college niet meer bevoegd was te beslissen op bezwaren tegen het raadsbesluit van 1 oktober 2009.
De beroepen van eiser sub 1 zijn niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat hij geen schade aannemelijk heeft gemaakt. De beroepen van eisers sub 2 en 3 zijn deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De rechtbank bevestigt dat de raad bevoegd was het voorkeursrecht te vestigen op grond van het bestemmingsplan "Binckhorst (Nieuw Binckhorst Zuid)" en dat de vestiging niet in strijd is met het repeteerverbod. De rechtbank wijst de meeste beroepsgronden af en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eisers sub 2 en 3.
Uitkomst: Besluiten van het college tot vestiging van voorkeursrecht worden vernietigd; andere beroepen worden niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard; proceskosten worden deels toegewezen.