Uitspraak
200704876/1, is geen plaats voor het aan de milieuvergunning verbinden van nadere ammoniakvoorschriften ter bescherming van gebieden die onder de werking van de Natuurbeschermingswet 1998 vallen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Venray verleende op 3 december 2007 een vergunning aan een maatschap voor het uitbreiden van een varkenshouderij met 2640 extra vleesvarkens. De vergunning werd ter inzage gelegd en daarop instelden twee stichtingen beroep bij de Raad van State. Zij voerden aan dat de vergunning had moeten worden geweigerd op grond van artikel 3, derde lid, van de Wet ammoniak en veehouderij vanwege de toename van ammoniakdepositie in kwetsbare natuurgebieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of het college de omgevingstoets ammoniak conform de IPPC-richtlijn en de beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing correct had toegepast. De beleidslijn schrijft aanvullende reducties voor ammoniakemissie voor bij uitbreidingen die leiden tot emissies boven bepaalde drempels, met bijzondere aandacht voor nabijheid van kwetsbare natuurgebieden.
De Raad oordeelde dat de beleidslijn binnen de beoordelingsmarge van de IPPC-richtlijn valt en dat het college terecht een strengere emissie-eis stelde vanwege het nabijgelegen bosgebied Valkenberg en de hoge achtergronddepositie. De maatschap voldoet aan de strengere emissie-eis, zodat de vergunning niet onrechtmatig is verleend. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor de uitbreiding van de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard.