Uitspraak
200704876/1, is er geen plaats voor het aan de milieuvergunning verbinden van nadere ammoniakvoorschriften ter bescherming van gebieden die - net als de Groote Peel en het Weerterbos - onder de werking van de Natuurbeschermingswet 1998 vallen. Voor zover [appellanten] met deze beroepsgrond wijzen op de gevolgen voor De Groote Peel en het Weerterbos, kan dit dan ook niet leiden tot het oordeel dat voorschriften in de zin van artikel 3, derde lid, van de Wet ammoniak en veehouderij hadden moeten worden gesteld, dan wel dat de vergunning met toepassing van dat artikellid had moeten worden geweigerd.
200800463/1is er geen aanleiding voor het oordeel dat de toepassing van de beleidslijn in strijd is met het richtlijnconform geïnterpreterde artikel 3, derde lid, van de Wet ammoniak en veehouderij.
200707727/1; hierna: de uitspraak van 20 augustus 2008) vernietigd omdat de aanvraag is gewijzigd na de terinzagelegging van de aanvraag en het ontwerp van het besluit en hierbij niet vaststond dat derden door die wijzigingen niet zijn benadeeld. Vervolgens heeft het college naar aanleiding van de aanvraag zoals gewijzigd op 23 augustus 2007 op 3 april 2009 opnieuw een ontwerp van het besluit ter inzage gelegd.
200806875/1/M2maakt de enkele omstandigheid dat de Wet stankemissie hierin niet voorziet, niet dat deze wet zich niet verdraagt met de IPPC-richtlijn. De Afdeling heeft daarbij in overweging genomen dat de Wet stankemissie ertoe dwingt rekening te houden met de geografische ligging van de inrichting en de plaatselijke milieuomstandigheden. Nu de Wet stankemissie niet verplicht tot een afzonderlijke beoordeling van de cumulatie van stank en het achterwege laten van een dergelijke beoordeling niet in strijd is met de IPPC-richtlijn, heeft het college terecht besloten een dergelijke beoordeling niet uit te voeren.