ECLI:NL:RVS:2009:BH8446
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een Chinese vreemdeling onrechtmatig had verklaard vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting naar China.
De rechtbank had geoordeeld dat niet duidelijk was of de vreemdeling uitgezet kon worden, mede omdat de staatssecretaris slechts één eerdere uitzetting op basis van een verlopen paspoort had genoemd. De staatssecretaris stelde dat meerdere Chinese vreemdelingen in 2008 met verlopen paspoorten succesvol naar China waren verwijderd en dat de Chinese autoriteiten toegang verleenden op basis van een niet meer geldig laissez passer en een kopie van het verlopen paspoort.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende duidelijkheid achtte over de mogelijkheid tot uitzetting. De staatssecretaris had voortvarend gehandeld door tijdig vertrekgesprekken te voeren en een laissez passer aan te vragen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.