Uitspraak
200802596/1- dat, hoewel deze afstand op zichzelf geen criterium is voor de toerekening van huishoudelijke afvalstoffen, dit niet betekent dat aan die omstandigheid in het geheel geen betekenis zou toekomen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had op 12 februari 2008 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die volgens het college van appellante afkomstig was en onjuist was aangeboden. Vervolgens legde het college de kosten van bestuursdwang (€ 59,00) bij besluit van 5 maart 2008 bij appellante neer. Na een bezwaarprocedure verklaarde het college het bezwaar ongegrond.
Appellante voerde aan dat het afval niet van haar was en dat slechts één poststuk van UPC was aangetroffen zonder haar naam of adres. Ook wees zij op de afstand van ruim 600 meter tussen haar woning en de vindplaats van het afval, wat de toerekening aan haar betwistte. Het college baseerde zich op een deels onleesbare sorteercode op een envelop die volgens hen leidde tot het adres van appellante.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de onleesbaarheid van de sorteercode onvoldoende bewijs vormde om het afval aan appellante toe te rekenen. Hoewel afstand tot vindplaats geen doorslaggevend criterium is, kan het wel relevant zijn. Gezien de omstandigheden was niet vast komen te staan dat het afval van appellante was. Het college had appellante ten onrechte als overtreder aangemerkt en de kosten opgelegd.
Daarom werd het besluit van 15 mei 2008 vernietigd en het primaire besluit van 5 maart 2008 herroepen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 644,00 en het griffierecht van € 145,00 aan appellante. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot bestuursdwang en kostenverhaal wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.