Uitspraak
200501068/1dat artikel 4.2.18 van de APV onverbindend is omdat deze bepaling strijdt met artikel 5:25, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht nu dit artikel hem niet de mogelijkheid biedt om aannemelijk te maken dat hij niet de overtreder is.
200506812/1. Dit betekent echter niet dat aan die omstandigheid in het geheel geen betekenis zou toekomen. Gelet op de omstandigheden van dit geval is naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende vast komen te staan dat [appellant] degene is geweest die op een onjuiste wijze afvalstoffen heeft aangeboden. De omstandigheid dat de afvalstoffen zich in dit geval bevonden in een boodschappentas en niet in een vuilniszak, vormt onvoldoende aanleiding voor een andersluidende conclusie. Het college heeft [appellant] dan ook ten onrechte als overtreder van artikel 4.2.11, eerste lid, in samenhang met artikel 4.2.4, eerste lid, sub b, van de APV aangemerkt en derhalve ten onrechte de kosten van de toepassing van de bestuursdwang op hem verhaald.