ECLI:NL:RVS:2009:BI0739
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet ambtshalve doen van aanbod verblijfsvergunning
De zaak betreft een vreemdeling die bezwaar maakte tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud). De staatssecretaris verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk en de rechtbank bevestigde dit oordeel. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het niet ambtshalve doen van een aanbod geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar wel als een handeling in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet worden aangemerkt. Dit omdat er geen adequate rechtsgang bestaat voor vreemdelingen om alsnog een aanbod te verkrijgen.
De Raad stelt vast dat de staatssecretaris op ondubbelzinnige wijze kenbaar had moeten maken dat aan de vreemdeling geen aanbod werd gedaan. Gezien de omstandigheden en correspondentie was dit niet het geval. De rechtbank heeft ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarom vernietigt de Raad het besluit van 17 januari 2008 en verklaart het beroep gegrond.
Daarnaast veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht aan de vreemdeling. De uitspraak is gedaan op 20 maart 2009.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd.