ECLI:NL:RVS:2009:BI1068
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. van den Brink
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving illegale dempingen Langeraarse Plassen
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Rijnland wees verzoeken af om handhavend op te treden tegen illegale dempingen bij de Langeraarse Plassen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, stellende dat het college gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt bij de overtreders en dat handhaving onevenredig was.
Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte het tijdsverloop en het vermeende vertrouwen als grond voor weigering handhaving had betrokken en dat het plan Rijkelijkhuizen niet zonder de dempingen gerealiseerd had kunnen worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd is tot handhaving en dat het recht om te handhaven niet is verwerkt door het tijdsverloop.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en droeg het college op een nieuw besluit te nemen waarbij onder meer de mogelijkheid tot legalisatie en de belangen van appellante worden betrokken. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat eerst nadere besluitvorming vereist is.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 15 april 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit tot weigering handhaving is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.