ECLI:NL:RVS:2009:BI1548
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortvarendheid staatssecretaris bij overdracht vreemdeling aan Duitse autoriteiten
De vreemdeling werd op 1 februari 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 11 februari 2009 stemden de Duitse autoriteiten in met het terugnemen van de vreemdeling, waarna zij op 18 februari 2009 werd overgedragen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld in de periode tussen het claimakkoord en de overdracht.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de overdracht volgens een vaste uitvoeringsprocedure verliep, waarbij meerdere overheidsinstanties betrokken zijn en dat de overdracht binnen zeven dagen na het claimakkoord zelfs sneller was dan gebruikelijk. De Raad van State concludeerde dat de staatssecretaris de overdracht met gepaste voortvarendheid had voorbereid en uitgevoerd, mede gelet op de afhankelijkheid van eisen van de Duitse autoriteiten.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris de overdracht van de vreemdeling met voldoende voortvarendheid heeft uitgevoerd en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.