ECLI:NL:RVS:2009:BI4002
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste mandaatverlening bij besluit op bezwaar in vreemdelingenrecht
De staatssecretaris van Justitie had de verblijfsvergunning van de vreemdeling ingetrokken en het bezwaar ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij hij oordeelde dat het bezwaar onjuist was behandeld vanwege mandaatproblemen.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte aannam dat de functie van medewerker hiërarchisch ondergeschikt was aan die van senior medewerker, terwijl de ondermandaatregeling dit niet aantoonde. Ook werd ten onrechte aangenomen dat het besluit op bezwaar in strijd was met artikel 10:3 Awb Pro, terwijl beide besluiten in ondermandaat door verschillende functionarissen waren genomen.
Verder stelde de Raad van State vast dat de medewerker bevoegd was het besluit op bezwaar te nemen volgens de ondermandaatregeling. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld op €322, waarbij de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor nieuwe behandeling met inachtneming van de juiste mandaatverlening.