Uitspraak
200700303/1), is voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav instemming met, onderscheidenlijk wetenschap van de arbeid niet vereist; het enkel mogelijk maken van het verrichten van arbeid en het niet verhinderen daarvan, wordt ook opgevat als het laten verrichten van arbeid. Dat [vreemdeling A] - naar gesteld - zonder medeweten van Vugts werkzaamheden ten behoeve van Flora Partners heeft verricht, leidt derhalve niet tot een ander oordeel.
200705675/1), heeft de Afdeling het door de minister tegen voormelde uitspraak van de rechtbank Amsterdam ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en deze uitspraak vernietigd, zodat de verwijzing hiernaar evenmin tot een ander oordeel leidt. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat Flora Partners als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200704906/1), wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was om de overtreding te voorkomen heeft gedaan. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.