Uitspraak
200200065/1en van 21 juni 2006 in zaak
200508265/1) kan een bestemmingsplan vanaf de dag waarop het rechtskracht krijgt schade veroorzaken die op de voet van artikel 49 van Pro de WRO voor vergoeding in aanmerking kan komen. De datum waarop het beweerdelijk schadeveroorzakende bestemmingsplan rechtskracht krijgt, geldt mitsdien als peildatum bij de beoordeling van het verzoek om planschadevergoeding. Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 10 maart 2004 in zaak nr.
200302877/1) kan een uitwerkingsplan dat binnen de grenzen van de uitwerkingsregels blijft, ten opzichte van het uit te werken bestemmingsplan geen planologisch nadeel opleveren. Zo'n uitwerkingsplan is derhalve geen zelfstandige schadeoorzaak als bedoeld in artikel 49 van Pro de WRO. Voorts worden, gelet op artikel 11, zesde lid, van de WRO, uitwerkingsplannen na inwerkingtreden geacht deel uit te maken van het bestemmingsplan, met dien verstande dat zij, zolang en voor zover de bestemming niet is verwerkelijkt, kunnen worden herzien op dezelfde wijze als waarop zij tot stand zijn gebracht.
200304646/1en 9 maart 2005 in zaak
200402491/1) is een bestemming in een uitwerkingsplan verwerkelijkt, zodra die bestemming feitelijk is gerealiseerd. In een zaak als de onderhavige moet per de datum waarop een verzoek om planschadevergoeding door de gemeenteraad is ontvangen, worden vastgesteld of een bestemming feitelijk is gerealiseerd. De rechtszekerheid verzet zich ertegen dat een aanvrager door eventuele vertraging in de besluitvorming, terwijl een uitwerkingsplan verder wordt gerealiseerd, zou worden benadeeld door van een later tijdstip uit te gaan.