ECLI:NL:RVS:2009:BJ3633
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- S.J.E. Horstink von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid rechtbank bij beroep tegen brief en besluit COA inzake onthouding verstrekkingen en locatieverbod
De zaak betreft een hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, waarin het beroep tegen een brief van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) van 11 september 2006 ongegrond werd verklaard. De brief bevatte een locatieverbod dat vanaf 12 september 2006 gold. Op diezelfde datum legde het COA een besluit op grond van het Reglement Onthoudingen Verstrekkingen (Rva 2005) waarbij verstrekkingen, waaronder opvang, voor drie weken werden ingehouden wegens herhaalde overlast.
De Raad overweegt dat de rechtsplicht om de opvang te verlaten voortvloeit uit het besluit van 12 september 2006 en niet uit de brief van 11 september 2006. De brief strekt niet tot het creëren van een zelfstandig rechtsgevolg en kan daarom niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat alleen tegen besluiten beroep openstaat, was de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de brief.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden deel van de uitspraak en verklaart de rechtbank alsnog onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de brief. Tevens wordt het COA veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de brief; het beroep wordt gegrond verklaard en het COA wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.