Uitspraak
200708551/1heeft de Afdeling geoordeeld dat de belangen van anderen dan de bewoner in beginsel, behoudens bijzondere omstandigheden, niet rechtstreeks zijn betrokken bij het besluit tot verlening van een machtiging en dat zij derhalve, in beginsel, geen belanghebbenden zijn bij dat besluit. De rechtbank heeft ten onrechte uit deze uitspraak begrepen dat [appellant a] en M.M.C. geen rechtens relevant belang hebben bij de vraag of de bij de inspecties verrichte binnentredingen rechtmatig waren. [appellant a] en M.M.C. zijn belanghebbenden bij de door hen bestreden handhavingsbesluiten en kunnen in de door hen daartegen gevoerde procedure alle argumenten aanvoeren die kunnen leiden tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van die besluiten. Aangezien de aan hen opgelegde lasten onder dwangsom zijn gebaseerd op bevindingen van het onderzoek, verricht bij de binnentredingen, kunnen zij de rechtmatigheid van de binnentredingen in deze procedure aan de orde stellen.
200808407/1/H3heeft de Afdeling omtrent de op 26 juli 2006 verrichte inspectie overwogen dat de gestelde gebreken aan de daartoe verleende machtigingen tot binnentreden niet aannemelijk zijn gemaakt of niet van dien aard zijn dat het gebruik van de bij die binnentreding verkregen informatie zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid moet worden gevergd, dat het betrokken bestuursorgaan zijn besluit niet op die informatie mocht baseren. Hetzelfde geldt voor de op 31 oktober 2006 en 1 november 2006 verrichte inspecties, nu ten aanzien van de voor die inspecties verleende machtigingen geen andere gebreken worden gesteld. Gelet hierop, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het dagelijks bestuur de bij de binnentredingen verkregen informatie niet aan zijn besluitvorming ten grondslag had mogen leggen.