ECLI:NL:RVS:2009:BJ5503
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeur na eerdere veroordeling
Appellant verzocht om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om een chauffeurspas te verkrijgen voor het beroep van taxichauffeur. De minister van Justitie wees dit verzoek af op grond van een eerdere veroordeling wegens verkrachting en diverse verkeersovertredingen, die volgens het beleid een belemmering vormen voor de behoorlijke uitoefening van de functie.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad overwoog dat de minister terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij de ernstige zedendelictveroordeling uit 1995 en de verkeersovertredingen na 2003 een risico voor de samenleving vormen bij het vervullen van de functie.
De Raad oordeelde dat de weigering niet evident disproportioneel is, ook niet gezien het feit dat appellant in 2003 een VOG had ontvangen en sindsdien verkeersovertredingen had begaan. De minister mocht het aangescherpte beleid hanteren dat bij zedendelicten in beginsel tot weigering leidt. De financiële gevolgen voor appellant en eerdere afgifte van een VOG door de burgemeester zijn geen bijzondere omstandigheden die tot afgifte leiden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG aan appellant vanwege eerdere zedendelictveroordeling en verkeersovertredingen.