ECLI:NL:RVS:2009:BJ5554
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing last tot toevoeging advocaat wegens onvoldoende deskundigheid psychiatrisch patiëntenrecht
De Raad voor Rechtsbijstand Amsterdam wees op 17 december 2007 een last tot toevoeging van appellant als raadsman af omdat hij niet was ingeschreven voor het specifieke rechtsgebied psychiatrisch patiëntenrecht. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond. Hiertegen stelde appellant hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) bepaalt dat rechtsbijstand wordt verleend door advocaten die door de Raad zijn ingeschreven en dat deskundigheidseisen gelden voor het psychiatrisch patiëntenrecht. De Raad was bevoegd om de last tot toevoeging af te wijzen omdat appellant niet voldeed aan deze deskundigheidseisen. Eerdere toevoegingen op onjuiste gronden gaven appellant geen rechten.
De Afdeling vond ook geen bijzondere omstandigheden die toepassing van uitzonderingen op de inschrijvingsvoorwaarden rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de last tot toevoeging bevestigd.