ECLI:NL:RVS:2009:BJ6318
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring onrechtmatig wegens ontbreken tolk bij zitting
De vreemdeling was op 23 juni 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij de behandeling van het beroep tegen deze bewaring op 16 juli 2009 was geen tolk aanwezig, waardoor de vreemdeling niet in persoon in een begrijpelijke taal kon worden gehoord. De rechtbank oordeelde desalniettemin dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het ontbreken van een tolk ten nadele van hem was en dat hij niet op correcte wijze was gehoord, zoals vereist op grond van artikel 15, tweede lid, van de Grondwet en artikel 94 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Raad van State overwoog dat de afwezigheid van de tolk niet aan de vreemdeling te wijten was en dat de rechtbank had moeten oordelen dat de bewaring vanaf de zittingsdatum onrechtmatig was geworden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende een vergoeding toe van €640,- voor de periode van 16 tot 24 juli 2009. Tevens werden proceskosten van €966,- toegekend, toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand. De vrijheidsontnemende maatregel was inmiddels opgeheven, zodat een bevel tot invrijheidstelling achterwege bleef.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd onrechtmatig verklaard wegens het ontbreken van een tolk bij de zitting, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.