ECLI:NL:RVS:2009:BK8694
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnen en tolkvoorziening bij vreemdelingenbewaring in hoger beroep
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen vreemdelingenbewaring ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De kern van het geschil was of de rechtbank de wettelijke termijnen voor het onderzoek ter zitting en de uitspraak had overschreden, mede gezien het ontbreken van een tolk bij de eerste zitting. De vreemdeling stelde dat hij niet tijdig in persoon was gehoord en dat de afwezigheid van een tolk niet aan hem kon worden toegerekend, waardoor de termijnen waren overschreden in strijd met artikel 5, vierde lid, EVRM.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank op de dertiende dag na ontvangst van het beroepschrift het onderzoek ter zitting was gestart, zij het via de raadsman, en dat de behandeling op 5 november met tolk was voortgezet en op 12 november uitspraak was gedaan binnen de wettelijke termijnen. De schorsing wegens het ontbreken van een tolk was kort en noodzakelijk. Er waren geen bijzondere individuele omstandigheden die een snellere beslissing vereisten.
Daarom oordeelde de Raad dat geen nationale termijnen waren overschreden en dat het verzoek om schadevergoeding terecht werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.