ECLI:NL:RVS:2001:AG9388
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake vreemdelingenbewaring en schorsing zitting
Appellant werd op 22 april 2001 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 8 mei 2001 ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de schorsing van de zitting op 1 mei 2001 en de voortzetting op 7 mei 2001 leidde tot overschrijding van de termijn zoals gesteld in artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De Raad oordeelde dat de rechtbank tijdig was begonnen met het onderzoek en dat de schorsing geoorloofd was en niet langer duurde dan noodzakelijk.
Daarnaast werd het beroep gericht tegen het niet toepassen van het Beleidsplan 1994 en het uitgangspunt dat geen bewaring plaatsvindt indien een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend na een afwijzende beschikking in de Aanmeldcentrum-procedure. De Raad stelde dat dit beleid na inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 niet meer relevant is en dat de wet zelf bepalingen bevat die het belang van openbare orde en bewaring regelen.
De overige grieven waren niet van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.