Uitspraak
200409705/1), mag de minister in beginsel uitgaan van de juistheid van een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde en ondertekende verklaring. Dit is slechts anders indien sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dit uitgangspunt. [appellant] heeft in hoger beroep twee schriftelijke verklaringen overgelegd van de vreemdeling sub 1. In het schrijven van 30 november 2007 verklaart de vreemdeling sub 1 dat hij en de inspecteurs elkaar niet begrepen tijdens het verhoor. Hij zou hebben verklaard dat hij niet heeft gewerkt, maar dat hij een pan, die vlam dreigde te vatten van het vuur heeft gehaald. In het schrijven van 9 december 2008 herhaalt hij dat hij ten tijde van de controle niet heeft gewerkt.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200802872/1), bestaat geen reden tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.