ECLI:NL:RVS:2009:BJ8619
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd na herhaalde aanvraag
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie had de aanvraag aanvankelijk afgewezen, waarna de staatssecretaris van Justitie het bezwaar ongegrond verklaarde. De voorzieningenrechter bevestigde deze afwijzing in een uitspraak van februari 2009.
De vreemdeling stelde in zijn hoger beroep dat het beoordelingskader, zoals toegepast door de Afdeling bestuursrechtspraak, een nieuwe beperking vormt in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. Dit zou in strijd zijn met het standstill-beginsel zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het beoordelingskader slechts het kader vormt voor de rechter bij herhaalde aanvragen na eerdere afwijzingen en geen nieuwe materiële of procedurele beperking inhoudt. Hierdoor faalt het verweer van de vreemdeling. Ook andere aangevoerde grieven leiden niet tot vernietiging van de uitspraak.
Het hoger beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.