Uitspraak
200700859/1, niet onredelijk is, ziet de Afdeling in het voorliggende geval grond voor het oordeel dat het CBR, gezien de bijzondere omstandigheden van dit geval, namelijk dat [appellant] ten tijde van het voorgesprek aan boord was van het marinefregat "Hr. Ms. De Ruyter" en dat hij het vaarschema eerst op 13 juni 2008 heeft ontvangen, in beginsel nader had dienen te onderzoeken of deze omstandigheden aanleiding dienden te vormen voor een uitzondering op de regel dat zaken die met werk te maken hebben, niet als geldige reden van verhindering worden aangemerkt. Nader onderzoek kon echter achterwege blijven, omdat [appellant] eerst aannemelijk diende te maken dat de ontstane situatie niet te veranderen of te voorkomen was. In dat verband heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat [appellant] niet alles heeft geprobeerd om bij het voorgesprek aanwezig te zijn, nu uit de verklaring van zijn leidinggevende blijkt dat hij het probleem niet aan deze leidinggevende heeft voorgelegd. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het CBR [appellant] op 12 juni 2008 telefonisch heeft medegedeeld dat de datum van het voorgesprek niet zou worden gewijzigd. [appellant] had derhalve voor zijn beoogde vertrek op 7 juli 2008 de mogelijkheid om de situatie aan zijn leidinggevende voor te leggen, maar heeft dat niet gedaan.